Verdomme.
Het zou weer een moeilijke selectie worden. Op zijn gekreukt papiertje had Coach de beschikbare spelers voor deze avond genoteerd. Het rechterkolommetje, waar de niet-beschikbare spelers opgelijst stonden, was helaas weer langer dan het linkerkolommetje. En dan had hij daarnet nog telefoon gekregen van Jurgen. Omdat vele mensen menen dat ze op Pasen opeens wél vriendelijk en sociaal moeten doen, moest hij overwerken, en was dus op het laatste nippertje ook niet beschikbaar. Pasen afschaffen behoorde helaas niet tot de opties die Coach tot zijn beschikking had, dus zou hij er iets anders moeten op vinden. Van FALANX een profclub maken, met betaalde spelers? Dat moest hij eens voorleggen aan het bestuur.
Maar niet vanavond. Vanavond stond een treffen op de agenda met Smash Oedelem. Tennissende voetbalspelers, of voetballende tennissers, het maakte niet veel uit. Ze tennissen, dus er zal wel iets verkeerd mee zijn. Het brein van begon op volle toeren te draaien. Wat plaatsen we daar tegenover? Wie op welke positie? Wie geven we welke opdrachten? Hij drukte zijn zoveelste sigaret uit en ging achter zijn bureautje zitten. Over dat bureautje gingen vele verhalen de ronde: spelerscarrières werden er gemaakt en gekraakt. één schrap van Coach op zijn legendarische frommelpapiertjes en je was er geweest. Ging je vriendin daar naar binnen, dan was de kans groot dat je ze kwijt was. Of het zou een lelijke moeten zijn, maar daar doen FALANX-spelers niet aan mee.
11 namen, 11 posities. Niemand zou dus teleurgesteld worden, en dat was jammer. Voetballers leven van teleurstellingen, meende Coach. Je moest ze af en toe scherp stellen door ze niet op te stellen, of tegen hun voet en achterstevoren of ondersteboven opstellen. Gert in doel, dat sprak voor zich. De eerste naam op het blad. JonasT-Bram-KoenD, dat betekende alweer een onuitgegeven defensie. De zoveelste keer dit seizoen. Individueel allemaal puike spelers: Bram heeft techniek en inzicht zat, Koen zijn grinta is al bijna even legendarisch als zijn gevloek, en JonasT… tjah, die liep daar ook wel iets te doen, maar niemand wist precies wat. Veel roepen naar de anderen, dat wel. Maar deed hij eigenlijk zelf iets? Hij zou er es moeten op letten vanavond. Het middenveld dan: KoenC en JonasD als defensieve middenvelders, ook dat was snel ingevuld: KoenC voor de duelkracht, JonasD voor de balvastheid. En samen recupereerden ze vaak meer ballen dan er te recupereren vielen. Daarvoor in de punt Dimi. Dé Dimi, waar mening tegenstander zich al had op stukgebeten. Coach onderdrukte een vals gegrinnik en stak een nieuwe sigaret op. Daar zou hij ook es mee moeten ophouden, maar het paste nu eenmaal bij zijn figuur. Net zoals die sjofele vest die ze hem es gegeven hadden, toen FALANX bij de start zo veelbetekenend leek. Al die tijd later stond hij daar nog steeds met zijn vest en sigaret, maar was er zoveel veranderd.
Op de flanken: Elger en Abel. De eerste trekt de lijn af op snelheid en karakter en maakt het daarmee mening tegenstander lastig. De laatste heeft het meer voor slimme looplijnen, korte doorsteekpasjes en naar binnen snijden. Complementariteit troef dus. En in de spits: Tijl en Dimitri. “kleine” Dimi, zoals de vinnige spits vaak genoemd werd, was sterk op weg een vaste stek in de aanval te veroveren. In het begin wat slachtoffer van zijn eigen veelzijdigheid had Coach hem al uitgespeeld op de back en op de flank. Maar sinds zijn Captain, het verlengstuk van Coach op het veld, geblesseerd was, was de kleine in de spits gaan lopen. Met zijn snedigheid, wendbaarheid en vooral snelheid was het een baasje waar menig verdediger zijn handen aan vol had. En 100% compatibel met die andere spits, Tijl. Die had zijn wendbaarheid en snelheid verruild voor techniek en spelinzicht.
Dat was dat. Het lampje op zijn bureau ging uit: niet dat het de bedoeling was, maar het ging gewoon stuk. Net op tijd, de opstelling stond op het blaadje. Die lamp, daar keek hij morgen wel eens naar. Nu ging de match voor. Hij zocht zijn gedeukte hoed, voelde aan zijn eksteroog dat het ging regenen, besefte dat hij zijn verplichte rode band nog altijd kwijt was, en ging aan de zijlijn staan. De zijlijn van een veld waar, als je goed zocht, hier en daar wat gras op stond. Wat was dat toch met die voetbalvelden van tegenwoordig? Het FALANX-plein was legendarisch, of toch het stukje in de hoek: een zompige poel waar al menige bal was blijven haperen tot verbazing van alles en iedereen, om dan toch nog ietsje af te drijven. Meestal in het voordeel van de tegenstander. Maar dat was voer voor een latere overdenking. Dit veld was het tegenovergestelde: een droge aarden vlakte waar, als je goed keek, een grassprietje of 5 te bespeuren viel. Stofwolken verraaden waar de bal zich ergens moest bevinden. Of waar spelers zich uit de naad werkten zonder bal. Strevers.
VLAM! ‘t was al prijs: Dimitri had Dimi netjes op weg gezet naar de 0-1. Nochtans hadden de eerste minuten er niet altijd even hoopvol uitgezien. Smash zette behoorlijk veel druk naar voor, en Coach herinnerde zich op een pijnlijke manier dat KSA dat ook gedaan had. Met de gekende, pijnlijke gevolgen. Hij wist zelfs niet meer hoeveel de stand geweest was, maar ze hadden zwaar verloren. Het enige wat overeind gebleven was van die hele FALANX, was de afspraak dat er niet gezaagd werd. Nog een geluk, want er was anders wel reden voor. Voetballend wilde het voorlopig niet echt lukken: vanachter wilden ze per sé uitvoetballen, maar de tegenstander zat er kort op en het veld wilde ook al niet meewerken. Te snel de aanval zoeken, balverlies, en weer naar achter. Maar bon, 0-1 voor, alleen een zaag zou zagen. Haters gonna hate. Was hij een hater? Moest hij bij tijd eens aan zijn secretaresse vragen. Die was hem ooit, bij aanstelling, beloofd, maar voorlopig was het er nog niet van gekomen. Ook dat moest hij es voorleggen aan het bestuur. Kijk daar, 1-1. Even niet opletten, even de spelers niet laten voelen dat elke fout zou leiden tot gekrabbel op zijn blaadjes, en ‘t was gebeurd. Een scherpe voorzet vanop de linkerkant tussen keeper en verdediging, niemand die er durfde aankomen, behalve die Smash-spits natuurlijk. (Later zou hij horen dat het eigenlijk zelfs een middenvelder was die het halve plein was komen oversteken, maar soit, dat veranderde niets aan de zaak. Rust.
1-2 achter. Een gekraakt schot verdomme. Een tegenstander die, half uit balans, net voor hij viel nog met zijn dikke teen de bal raakt, en daardoor een krom schot aflevert waar iedereen zich op miskijkt. Het ging nochtans beter. Er werden meer combinaties gezocht, en de tenniskeeper had een paar keer redding moeten brengen. Aan de overkant had hij Gert een koffietje laten bestellen tegen de kou. Niet dat het echt koud was, maar Coach hield wel van mentale spelletjes.
Er zijn nog zekerheiden in het leven: àls FALANX scoort, dan doet het dat meestal meer dan 1 keer. Coach had een zwak voor statistiekjes en wist dat het dit seizoen nog maar 3 keer gebeurd was op 21 matchen, dat FALANX maar één keer gescoord had. Dimi maakte, alweer op assist van Dimitri, die statistische waarheid waar. Ware waarheden, gebaseerd op statistische waarschijnlijkheden, Coach was er verslaafd aan. Er volgden nog wat kansen, vooral voor FALANX, maar Coach wist dat er niets meer aan de score zou veranderen. Hij zat met zijn gedachten al in de kantine, waar zijn spelers zich zouden laven aan de derde helft. Schijnt noodzakelijk te zijn voor de moraal. Coach had er niets aan. Tactiek, spelpatronen, inzicht, steekballen, fysieke paraatheid, mentaliteit, dààr ging het over. Hij stak nog een sigaret op, en ging weer naar huis.